Inclusief onderwijs begint niet bij aanpassen aan het kind, maar bij het toegankelijk maken van de school voor iedereen.
Een inclusieve school maakt verschillen niet kleiner, maar deelname groter.
Inclusief onderwijs betekent niet dat voor ieder kind een volledig individueel maatwerkprogramma wordt gemaakt. Het gaat er
juist om dat we het onderwijs op school, de school zelf en de begeleiding zo inrichten en organiseren dat alle kinderen zoveel
mogelijk samen kunnen leren en in de klas meedoen. De focus ligt dus niet op maatwerk voor ieder afzonderlijk kind, maar op
een sterke gezamenlijke basis waarin verschillen tussen kinderen normaal zijn en waarin ondersteuning flexibel beschikbaar is.
Dat betekent bijvoorbeeld dat juf/meester instructie geeft op verschillende niveaus, visuele ondersteuning gebruikt of keuze biedt
in verwerking van opdrachten. Ook kan gedacht worden aan een rustige werkplek in de klas, duidelijke dagstructuren,
samenwerken in wisselende groepjes of het inzetten van ondersteunende hulpmiddelen zoals pictogrammen of voorleessoftware.
Deze aanpassingen helpen vaak niet alleen één kind, maar verbeteren het onderwijs voor de héle groep.
Inclusief onderwijs vraagt daarom vooral om een toegankelijke school, een positief pedagogisch klimaat met een duidelijk
op leren gericht gedragscurriculum en samenwerking tussen juffen/meesters en ondersteuners, zodat ieder kind zich gezien
voelt en mee kan doen binnen de gezamenlijke onderwijsomgeving.